1966. Torsten Hallman pakte het goud terug

 

In 1966 kon Torsten Hallman op zijn 250 Husqvarna de kroon in de 250 WK heroveren. In de klasse die vandaag MXGP heet was het Rolf Tibblin die zilver haalde op een CZ.

 

De tweetakt werden meer dan het jaar ervoor de winnende motoren in de WK500 en ook in het Zweedse Kampioenschap waar Janne Johansson kampioen werd op een 360cc Lindstrom.

 

In het WK was Jeff Smith op een BSA derde, maar verder was de top zeven gevuld met tweetakten. De Oost Duitser Paul Friedrichs op CZ begon met het winnen van de eerste drie WK wedstrijden en stelde daarmee zijn titelkandidatuur op.

 

Bert Lundin scoorde winst in de eerste Internationale wedstrijd ergens Nieuw-Zeeland in februari. Tibblin, " Pelle-Mas Persson en Hallman kwamen aan de bak in St. Anthonis, waar Tibblin als tweede eindigde achter de Belg Joël Robert. Persson en Hallman vielen beiden een heat uit.

 

In het Belgische Genk won Tibblin voor Smith, Chris Horsfield en de Belgen Jan van Ham, Henri Vromans en de jonge Roger De Coster. Hallman kwam als zesde in de 250 race, die gewonnen werd door Robert voor de Coster en Leon Martens.

 

Het ging goed voor de Zweden in de paastrofee dit jaar. In Marche werd Tibblin tweede in de 500 achter Smith maar voor Bill Nilsson. Bo Pettersson uit Hyllingen was er zesde. In de 250 ₩on Tibblin's monteur Gunnar Nilsson op een CZ.

 

In Leuven won Tibblin voor Smith en daarmee werd de Zweed winnaar van de trofee. Hetzelfde weekend in het Frans Tric won Sten Lundin. Ove Berglund eindigde als vierde. Anders Persson won in Thomor - La - Sogne voordat Rune Carlsson.

 

Janne Johansson begon met twee vroege overwinningen in Spanje, voordat hij naar Bergharen ging, waar hij derde werd achter de Belg Jos Teuwissen en de Brit  John Banks. In het Franse Laval won Hallman een 250cc wedstrijd voor de Brit Dave Nicoll (jarenlang wedstrijdleider van de FIM bij de huidige Youthstream WK wedstrijden).

 

Ove Berglund en Anders Persson werd nummer één en twee op de Franse paardenrenbanen in St. Austrebertte en Chaaumont. Bij laatstgenoemde wedstrijd was Karl - Ingemar Larsson vierde.

 

In het Oost-Duitse Bergen won de onlangs overleden Stig Larsson (voormalig organisator van de Honest International Youth in Kristianstad) de 500cc, terwijl junior kampioen Sven - Åke Engström de super finale won.

 

Janne Johansson had alle moeite om in het Belgische Mont Noir de Belg Joel Robert te verslaan bij een 250cc race.

 

Het WK 500cc.

 

Friedrichs won dus de eerste drie wereldbekerwedstrijden. In het Zwitserse Payerne was de Tsjech Vlastimil Valek tweede voor Tibblin. In het Oostenrijkse Sittendorf pakte Tibblin weer een tweede plaats gevolgd door Dave Bickers en was Janne Johansson achtste. In het Italiaans Maggiora werd Smith tweede voor Valek en Tibblin.

 

 

De vierde wedstrijd was in het Deense Randers en daar won Tibblin voor Friedrichs en de Belg Sylvain Geboers. Bengt Aberg werd er tiende. De Zweedse Grand Prix werd uitgevoerd in Hedemora op 15 mei en Bengt Aberg begon met het winnen van de eerste manche voor Janne Johansson, Bickers, Tibblin, Friedrichs en Valek.

 

Smith reed in de tweede manche naar winst voor Johansson, Åberg, Valek, Bill Nilsson en Geboers. Dit betekende dat Janne Johansson algemeen winnaar werd in zijn thuis GP. Tweede was Åberg, terwijl Valek derde werd vóór de Sovjetrus Igor Grigoriev.

 

Åke Malmgren eindigde als achtste in beide races, waardoor hij de vijfde plaats en twee WK punten pakte. Net buiten de punten als zevende eindigde Roine Lööf, gevolgd door Hans Henriksson uit Gävle.

 

In het Finse Ruskeasanta reed de daarop volgende week Gunnar Johansson een geweldige wedstrijd en werd tweede op de tijd na Smith. Tibblin nam twee punten mee door vijfde te worden terwijl Johansson nu tevreden moest zijn met een negende plaats.

 

Thuis in het Oost-Duitse Gumpelstadt nam Friedrichs opnieuw de winst mee naar Brandenburg met voorsprong op Smith en Tibblin. Johansson nam het laatste puntje mee door derde te worden in de tweede heat. Friedrichs won ook in het Tsjechisch Prerov vóór Bickers en Tibblin.

 

De GP race in Rusland werd gehouden in Kishinev in het huidige Moldavië en de coureurs moest allen een twee dagen reizen met de trein vanuit Praag. Bij het overladen onderweg werd de motor van Tibblin beschadigd, hetgeen vlak voor de race (alles was er laat) werd ontdekt. Friedrichs won vóór Smith, Valek en Tibblin werd zonder Voorrem zesde.

 

Voor de eerste keer was de Britse 500 GP op Farleigh Castle en de 31-jarige framebouwer Don Rickman pakte zijn eerste en enige GP overwinning. Hierbij moet worden vermeld dat Don ook individueel won in de Motocross des Nations later dat jaar. Smith werd tweede in Farleigh Castle voor Horsfield, Bickers en Vic Eastwood. Beste buitenlander werd hier Janne Johansson als zesde terwijl Tibblin zevende eindigde en puntloos bleef.

 

In het Nederlands Lichtenvoorde kwam Tibblin zijn tweede GP overwinning van het jaar tot stand, doordat hij beide heats won voor Bickers. Valek werd derde , terwijl Johansson vijfde werd.

 

In Namen stond het bol van verrassingen, ten eerste won de Brit Arthur Lampkin voor het eerst een GP in de 500cc en versloeg de toen 22 jarige Roger De Coster. Die hield Eastwood en Tibblin achter zich.

 

De week na Namen ging het zoals gewoonlijk iets zuidelijker naar Ettelbruck in Luxemburg en Friedrichs won voor Johansson, die de tweede manche won. Sten Lundin maakte zijn enigste optreden in de GP in 1966 en werd derde voor Bill Nilsson die zijn eerste punten pakte op een tweetakt Husqvarna.

 

In het West-Duitse Beuern was de laatste Wereldbeker wedstrijd voor de Sovjetrus Victor Arbekov. Hij werd tweede in beide heats en won zodoende. Valek werd tweede voor Bickers en thuisrijder Adolf Weil op Maico. Bill Nilsson werd vijfde terwijl Tibblin uitviel.

 

Friedrich won de Worldcup met 56 punten. Tibblin had 19 punten achterstand en won de zilveren medaille voor Smith. Johnsson was zesde en Åberg, die zijn been brak in Namen haalde de twaalfde plaats in het kampioenschap.

 

Wie in Spanje wint wordt geen wereldkampioen werd uitgeroepen tot het gezegde en de regerend kampioen Victor Arbekov won in Spanje vóór Hallman en Don Rickman op een Metisse/Bultaco.

 

Arbekov ging ook de eerste heat winnen in de Franse Pernes les Fontaines, maar in de tweede plofte hij van de motor en was bewusteloos voor een half uur. Met de winst in de tweede heat won Hallman voor Robert en de Tsjech Peter Dobry. Ole Pettersson die moest opgeven in Spanje, werd vierde.

 

Het werd een Zweedse dubbele overwinning in het Belgische Mont Kemmel, waar Hallman won vóór Pettersson. Derde was Roger De Coster. In het Zwitserse De Zwitserse Bulle Broe won Robert voor Dobry, Hallman en Jonsson.

 

Dobry pakte ook de tweede plaats thuis in Holice voor Arbekov, die terug was van zijn blessure en Pettersson. Met twee tweede plaatsen ging de GP overwinning naar Hallman. Het was zijn 25e en het bovendien zijn 50e keer dat hij in een WK op het podium stond.

 

Robert kwam terug in het West-Duitse Bielstein en won daar voor Hallman, Arbekov en Jonsson. In Markelo werd verassend Åke Törnblom tweede op zijn CZ. De winst ging naar Robert. Derde werd de Rus Gunar Draugs gevolgd door Olle Pettersson, terwijl Hallman in de tweede manche uitviel na een overwinning in de eerste.

 

Jonsson won in Schifflange in Luxembourg. Dobry werd tweede voor De Coster. Hallman won beide manches in het Italiaanse Cingoli. De Coster werd tweede voor thuisrijder Lanfranco Angelini. Pettersson nam nog een vierde plaats mee, terwijl Robert uitviel in de tweede manche.

 

Robert won opnieuw in het Poolse Szczecin (Stettin). Hallman werd tweede voor Jonsson en Törnblom vijfde. Petr Dobry nam zijn eerste GP overwinning mee in het Oost-Duitse Apolda met Arbekov op de tweede plek voor Draugs en Pettersson. Hallman was daar zesde.

 

De WK 250cc race in het Zweedse Motala werd een schandaal toen de club weigerde te voldoen aan gevraagde startvergoedingen waardoor slechts een handvol buitenlanders kwamen. Beste buitenlander werd Dobry die zevende werd.

 

Hallman werd winnaar met twee tweede plaatsen terwijl Jonsson tweede werd in de WK race voor Janne Blomqvist. Hakan Jerling werd vierde voor Ole Pettersson.

 

Twee Zweden maakten hun WK-debuut. Håkan Andersson (later in 1973 wereldkampioen) werd derde in de eerste manche, maar viel uit in de andere. De Zweedse jeugdkampioen Bengt Arne Blom werd zesde in de eerste en tiende in de tweede, wat genoeg was voor de zesde plaats en het laatste puntje.

 

Bengt Aberg verrast met het starten hier in plaats van bij de 500cc in Nederland. Aberg wilde reclame maken voor Metisse/Bultaco, het merk dat door een lokale motorhandelaar (Grahns in Motala) verkocht werd. Aberg pakte de kop in de eerste manche maar na twee valpartijen werd hij naar het ziekenhuis gereden voor onderzoek.

 

In het Finse Hyvinkää versloeg Olle Pettersson Hallman en won beide heats, terwijl Jonsson derde werd.

 

Nadat hij vanwege onduidelijke omstandigheden enkele races had gemist, kwam Arbekov weer aan de bak thuis in Leningrad en won beide races. Robert was tweede, maar had moeten winnen om hier Halmann van de titel af te houden. Zowel Hallman als Olle Pettersson vielen in de beide heat uit met pech.

 

Aan het einde van de WK 250cc won in het Oostenrijkse Meran Dobry zijn tweede GP, waarna zijn carrière met rugproblemen nooit werd wat er van verwacht kon worden. Arbekov werd tweede voor Hallman en Robert, terwijl Pettersson als zesde over de lijn kwam.

 

Met 52 punten was Hallman Wereldkampioen met vijf punten voorsprong op Robert. Dobry mocht zich troosten met het brons. Jonsson werd vijfde en Pettersson zesde, Törnblom scoorde in deze WK een negende plaats.

 

De Motocross des Nations was dit jaar in het Franse Remalard

 

De Svemo (Zweedse Motorbond) zond een Team enkel bestaande uit rijders op tweetaktmotoren, te weten: Torsten Hallman, Åke Jonsson, Janne Johansson en de twee veteranen Bill Nilsson en Gunnar Johansson.

 

Hallman was de beste Zweedse in de eerste voorronde door als vijfde te eindigen. Johansson was elf en Bill Nilsson twaalf. In de tweede manche reed Jonsson naar vier en was Bill Nilsson zesde. Johansson eindigde als 16e. Het betekende dat zoals vele malen eerder Bill Nilsson de beste Zweed was.

 

Met dit resultaat waren de Zweden verzekerd van het brons maar opnieuw wonnen de Britten; Dave Bickers, Don Rickman, Arthur Lampkin, Vic Eastwood en Andy Lee. De Belgen namen het brons met Robert, De Coster, Teuwissen en Walter Baeten op CZ en Sylvain Geboers op een Lindstrom.

 

In het Britse Brand Hatch was de Trophee des Nations (250 World Cup team) en de Zweedse afvaardiging met Torsten Hallman, Olle Pettersson, Ake Törnblom, Staffan Eneqvist en Ake Jonsson maakten hun favorietenrol waar en wonnen.

 

Individueel winnaar werd verassend de Britse Husqvarna rijder Bryan (Badger) Goss, maar de Zweden reden geregelder dan wie ook. In de eerste manche was Hallman derde voor Pettersson en Törnblom. In de tweede was Hallman drie gevolgd door Pettersson, terwijl Törnblom negende was en Eneqvist tiende. Jonsson viel in beide heats uit.