Dubbel WK goud in 1963 voor Zweden.

TEKST: Jonas Hagren

 

Zowel Rolf Tibblin als Torsten Hallman verdedigden hun wereldtitel in 1963, maar in de Motocross des Nations gingen de Zweden kopje onder tegen de Britten. Zowel Bill Nilsson als Gunnar Johansson waren door blessures een tijd uit de running. Het

 

Zweedse 250 team won echter wel de Trophee des Nations .

 

Het seizoen begon al vroeg voor de wereldkampioenen Rolf Tibblin en Torsten Hallman, die in januari in het Britse Southampton waren en de BBC-TV motocross reden. Tibblin won de 500 en Hallman won in de finale van de 250cc.

 

De eerste Internationale Motocross op het vaste land van Europa was op 24 februari en Ove Berglund won verassend deze wedstrijd in Parijs voor de Belgen Hubert Scalliet en Nic Jansen.

 

Bill Nilsson maakte zijn comeback in 1963 in het Belgische Genk op 10 maart met hetzelfde frame, maar met een nieuwe Bilson motor. Jeff Smith won beide manches voor Bill en derde was de Belg Jos Teuwissen. Al in training brak Gunnar Johansson een been en was het gebeurt voor het seizoen 1963.

 

De daarop volgende week was de grote internationale cross in St Antonis en Bill verkreeg het bewijs dat zijn Bilson kon voldoen aan de concurrentie en won alle drie de manches en nam de eindoverwinning mee voor Jeff Smith, Sten Lundin, Ove Lundell, Nic Jansen, Jo Heyboer en de Brit Leslie Archer. Rolf Tibblin en Lasse Gustavsson moesten in de derde heat met motorproblemen opgeven en werden zo tien en elf.

 

Op 24 maart won in het Belgische Zolder Jeff Smith, terwijl Lundin tweede werd voor Ove Lundel en Bill Nilsson.

 

Groot succes was er voor de start van het Wereldkampioenschap. Tibblin won in Lausanne, Herentals en in het Franse Besancon. Bill Nilsson werd tweede in Namen achter Hubert Scaillet. Pelle Persson was ook al goed op dreef en was in Lausanne vierde geworden, gevolgd door een derde plaats in Herentals, maar kende dan machinepech in Besançon, waar Ove Lundel tweede was voor Tibblin .

 

Het was een fantastische start voor de Zweden bij het begin van de WK 500cc. In het Oostenrijkse Sittendorf won Sten Lundin, na de overwinning in de tweede manche voor Bill Nilsson, Tibblin en Persson.

 

De tweede race ging door in het Zwitserse Wohlen en opnieuw was het een strijd tussen Sten Lundin en Bill Nilsson. De eerste race won Nilsson voor Tibblin met Lundin als derde, maar de tweede heat was voor Lundin gevolgd door Smith en Nilsson. Lundin won op tijd.

 

In het Deense Randers werden de Zweden versalgen. Jeff Smith won beide manches voor Tibblin. Lundin was derde voor Arthur Lampkin, Bill Nilsson en Pelle Persson.

 

In Markelo was de vierde ronde en Tibblin en Smith wonnen elk hun reeks en werden tweede in de andere, maar de overwinning ging naar de Zweedse Husqvarna bestuurder die een veel betere totaaltijd kende. Lundin werd derde voor Persson, Lundel en Nilsson.

 

In het Franse Saint Quentin vonden de rijders een bijzonder ruwe ondergrond op het extreem heuvelachtig parcours. Dit paste bij de sterke Tibblin, die twee overwinningen scoorde. In de eerste manche verrast thuisrijder Andre Chuchart met een tweede plaats, maar in het algemeen klassement was Smith tweede voor Chuchart, Bill Nilsson en Sten Lundin. Roine Lööf, hersteld van een blessure werd zevende.

 

De zesde wedstrijd gingen de Zweden naar hun favoriete circuit in het Italiaanse Imola. Voor Bill Nilsson liep het verkeerd en hij kon naar Zweden met een gebroken been. Tibblin maakte weer indruk en won beide manches voor Lundin en Persson. Ove Lundel kreeg een lekke band en werd 8e.

 

Langzaam op gang komende ommekeer.

 

De zevende ronde in het WK was in Tsjecho-Slowakije en in Sarka zette de CZ fabriek Valek in op een opgeboorde 250cc. Het was het begin van een langzaam op gang komende ommekeer, want de kleine 2 takt bleek snel genoeg om de dikke potten te verslaan. Valek won de eerste manche voor Tibblin, maar in andere won de Zweed met grote voorsprong voor Valek en pakte de dagzege. Lundin werd derde vóór Karel Pilar ook op een 263 CZ.

 

De Sovjet-Unie debuteerde als organisator in de 500 WK in Lviv, at heden ten dage deel uitmaakt van Oekraïne. Het circuit werd ontworpen door de GP rijders zelf en Tibblin werd benoemd tot jurylid, met een aantal veranderingen als gevolg.

 

Toen het tijd was voor de start waren Tibblin, Smith en Lundin te laat. Ove Lundel zorgde voor de overwinning voor Persson, maar Tibblin reed de rest van het veld voorbij en werd derde. Lundin was vier toen hij van de baan en van de benen ging, wat in dit geval betekende dat dit de slotakte was.

 

In de tweede manche leidde Tibblin maar toen hij een versnelling miste, ging Ove Lundel met de zege lopen en won. Zo pakte deze immens populair rijder zijn enigste GP overwinning in zijn lange carrière. Persson lag heel lang derde, maar zijn versnellingsbak begaf het.

 

In de Britse GP verreden in Hawkstone Park pakte geen Zweeds punten. Jan Liljedahl verving Lundin en werd beste Zweed als negende. Tibblin en Persson waren slachtoffers van technische problemen. Smith won voor zijn landgenoten Lampkin en Derek Rickman, vier werd de taaie Deen Mogens Rasmussen.

 

Op 4 augustus was het tijd voor de Belgische GP in Namen en hier schreven de Zweden weer geschiedenis. Op de moeilijke lus op de Citadel van Namen won Rolf Tibblin beide manches en werd daarmee wereldkampioen. Maar niet alleen dat, hij werd de eerste die ooit zijn WK titel succesvol verdedigde. Lundin eindigde als runner-up in beide races voor Smith en Lundel, terwijl Nic Jansen vijfde was voor Persson.

 

In het Luxemburgse Ettelbruck liep de elfde ronde in het WK van stapel. Lundin behaalde hier zijn derde GP overwinning van het jaar, maar zonder een heatzege dit keer. Ove Lundel won de eerste manche voor Scaillet, Lundin en Tibblin.

 

In de tweede manche waren er vele crashes. Het begon toen Scaillet crashte op een lange heuvel. Ove Lundel ging aan de leiding, maar reed op een functionaris die overstak. Maar Ove gaf niet op, maar toen hij weer crashte brak zijn frame.

 

Nadat Tibblin was opgeklommen naar de derde plaats kreeg hij een zwieper op een heuvel en viel heftig. Hij werd naar het ziekenhuis gebracht, waar men schade aan een knie en schouder vaststelde. Persson won de race voor Lundin en de Brit John Burton. Johansson maakte zijn comeback en werd 14e in de eerste heat.

 

De WK eindigde dat jaar in het Oost-Duitse Gumpelstadt en Smith won beide manches. Tweede was Lundin voor Persson. Lundin was daarmee vice Kampioen en Persson vierde.

 

Motocross des Nations.

 

Dit jaar was de wedstrijd voor landenteams in het Zweedse Hyllinge en Zweden moest het doen zonder Nilsson en Johansson. Een Sten Lundin, Ove Lundel moesten samen met Pelle Persson, Jan Liljedahl en Torsten Hallman (die een Husqvarna tweetaktmotor van 360 cc bereed, waarmee hij twee weken voordien een Franse wedstrijd had gewonnen) de kastanjes uit het vuur zien te halen.

 

Voor het eerst werd het twee heats systeem gereden in de motorcross des Nations en dat bleek een nadeel voor de Zweden dit jaar. Drie rijders uit elke heat werden geteld en de in totaal zes beste resultaten werden gecombineerd.

 

Alsof dit nog niet genoeg was knalde het onweer en was er dikke regen bij de start en de baan werd een modderbad. De Britse broers Derek en Don Rickman was het snelst in het begin, gevolgd door hun landgenoten Lampkin en Burton, terwijl Smith uitviel omdat zijn motor onderliep in een plas.

 

Lundin viel bij het ingaan van de tweede ronde kwam daarna goed op dreef en reed uitstekend naar een tweede plaats tussen Don en Derek Rickman. Persson reed bekeken naar de vierde plaats voor Hallman en Burton en dus leidde de Britten met een punt voorsprong op Zweden.

 

Ook in de tweede manche knalden de Britten er gelijk weer van tussen, maar in de derde ronde had Lundin ze te pakken. De Zweeds reed nu elegant voor de Britten uit en won de wedstrijd met twaalf seconden voorsprong op Smith. Don Rickman eindigde als derde voor Lundel, Derek Rickman en Lampkin. Liljedahl werd zesde en Hallman die zijn voetsteun verloor eindigde op de twaalfde plaats. De Britten wonnen ook deze heat en met een score van twee punten voorsprong op Zweden ook de titel. België was derde, voor Frankrijk, terwijl de anderen landen niet werden bijgeschreven

 

 

Vijf Zweden in de top tien.

 

Zweden begon in 1963 met enkele nieuwe namen in de 250cc naast Torsten Hallman. Dat waren Janne Johansson op zijn Lindstrom en Kenneth Loof op een Greeves, die echter halverwege het seizoen overstapte op Husqvarna.

 

De WK begon in het Spaanse Sabadell, net buiten Barcelona op 24 maart. De tweevoudig Europese kampioen Dave Bickers won de eerste heat met elf seconden voorsprong Hallman. Loof was derde tot in de laatste ronde toen de versnellingsbak kapot ging. Janne Johansson kwam als zesde over de meet.

 

In de tweede manche won Hallman met vijf seconden voorsprong van Bickers, maar niet zonder strijd. De Duitser Christoph Specht werd derde overall voor Johansson, die vijfde werd in de tweede heat. Vijfde werd een jonge Belg, waarvan we later nog veel zouden horen. Zijn naam : Joel Robert op Greeves.

 

De tweede race werd gehouden in het Italiaans Gallarate en Hallman won beide manches voor de Brit Alan Clough op Greeves De Duitse Maico rijder Fritz Betzelbacher werd derde voor Johansson, de Italiaan Emilio Osterero en Kenneth Lööf.

 

In de eerste manche ging Bickers aan de leiding maar in de derde ronde knapte zijn ketting raakte verstrikt in het achterwiel. Het gevolg was een nare crash en een geblesseerde voet voor de Brit.

 

 

In het schilderachtige Pernes les Fontaines was het derde evenement tellend voor de WK 250cc en Hallman won beide manches, met de Tsjech Vlastimil Valek als tweede voor Clough. Olle Pettersson was er ook en werd vijfde voor Lööf.

 

Hallman nam nog een dubbele overwinning nu in het Zwitserse Payerne, met de Rus Igor Grigoriev als totaal tweede voor de Brit John Banks. Sivert Eriksson maakte een paar optredens in de serie en werd in Zwitserland zevende. Valek was de belangrijkste concurrent Hallman en hij leidde in beide heats, maar in de eerste reed Hallman hem voorbij en in de tweede ging de versnellingsbak van de Tsjech kapot.

 

Ook in het West-Duitse Bielstein won Hallman beide manches voor Valek, terwijl Bickers werd derde werd voor de Tsjech Karel Pilar en Olle Pettersson. Sivert Eriksson werd dit keer achtste.

 

Schifflange in Luxemburg was gastheer van de zesde wedstrijd en we zagen de vijfde opeenvolgende dubbel van Hallman, opnieuw met Valek als tweede in beide heats. Kenneth Lööf pakte twee keer een vierde plaats en was daarmee derde overall en Sivert Eriksson werd vijfde in het dagklassement.

 

Op de zeer stoffige zandbaan in Schijndel kreeg Hallman motorproblemen in de eerste heat en werd zevende. Hij herstelde dit door het winnen van de tweede, maar was derde totaal achter Valek en Janne Johansson die in de heats tweede en vierde was.

 

De achtste race werd uitgevoerd in het Britse Shrubland Park en Hallman was terug met de dubbele overwinningen. Lööf eindigde achter Valek en Don Rickman die met een Bultaco motor in een Metisse frame bereed. Nadat hij een vijfde en een zevende plaats in de manches scoorde, eindigde Johansson als zesde voor de Noorse Ragnar Snellingen (vader Roy Snellingen, die met succes in de jaren 80 in Nederland rondreed).

 

De WK 250cc in Zweden was in het noorden in Vännäs (waar al lang niet meer word gereden), Er waren weinig buitenlanders aanwezig. Er kwamen drie Britten, twee Oost-Duitsers, een Ier en een Australiër meedoen. Alle WK-punten gingen dus naar Zweedse rijders.

 

Hallman won opnieuw tweekeer en was daarmee verzekerd van de wereldtitel. De grote verrassing was de pas 19 jarige Arne Kring uit Woxnadalen, die in de eerste heat zich door het veld opwerkte en tweede werd. In de tweede manche was hij vierde en werd tweede op het podium geroepen omdat zijn totaaltijd beter was dan die van Kenneth Lööf.

 

Janne Johansson was vierde voor Olle Pettersson en Leif-Åke Olsson uit Arboga. Beste Britse werd Alan Clough als zevende mede omdat Bickers uitviel in beide races.

 

De volgende race werd gehouden in het Fins Ruskeasanta en Hallman won beide manches voor Valek. De Rus Grigoriev was derde totaal, terwijl de thuisrijders Raimo Rein en Jussi Norrena vier en zesde werden.

 

De week er op was men in Moskou. Hallman werd in de eerste heat aangereden door een onzorgvuldige debutant genaamd Victor Arbekov. In de val schoot het gashendel van het stuur en kon hij niet verder. Halman won de tweede heat.

 

Valek ging naar huis als overwinnaar voor Grigoriev en Pilar. Arbekov werd vierde. Derde in de tweede manche werd een rijder die in latere jaren zou heersen. De Oost-Duitser Paul Friedrichs.

 

Bij de WK ronde in het Poolse Kielce kwam geen Zweden of Britten aan de start, omdat men geen voldoende reiskostenvergoeding hanteerde.

 

Valek won vóór Grigoriev en de verassende Pentti Kalteva uit Finland onderweg op een Greeves.

 

Op de voorlaatste ronde verreden in het Tsjechische Holice was voor Valek die soeverein beide heats won. Hallman moest genoegen nemen met de tweede plaats voor Janne Johansson, die tweede was in de eerste en vierde in de tweede manche. Arne Kring was er ook en werd tiende. Ik was zo teleurgesteld in mijn rijden, dat ik mezelf beloofde nooit naar het buitenland te gaan heeft Arne later verteld.

 

Vier werd de Tsjechische super belofte Petr Dobry, die met zijn 17 jaar de jongste rijder was ooit die punten pakte in de WK 250cc. Petr kreeg later jammer genoeg last van zijn rug en kon niet voldoen aan de hoge verwachtingen al reed hij in de WK mee meerdere jaren.

 

De finale van de WK was weer eens in het Oost-Duitse Apolda met weinig buitenlanders aan de start. favoriet, Vlastimil Valek viel uit in de eerste manche, maar won de tweede. De dagzege echter ging naar zijn landgenoot Pilar voor Grigoriev en thuisrijder Friedrichs op MZ.

 

Hallman won de wereldtitel voor Valek en Grigoriev. Vijfde werd Janne Johansson en Kenneth Lööf was zesde Aren Kring en Olle Pettersson maakten de top tien vol.

 

Merkwaardige Trophee des Nations

 

Het landenteam Kampioenschap voor 250 machines was in België op 18 september. Twaalf landen kwamen er op af een totaal van 58 rijders.

 

In de eerste manche zette Zweden de toon, met Hallman en Lööf. Hallman won duidelijk voor Valek, Don Rickman, Jeff Smith en Lööf, terwijl Olle in de pits moest omdat de bougiekabel los was geschoten.

 

In de tweede manche reed Zweden met Hallman, Johansson en Lars Forsberg. Hallman was superieur en won met 20 seconden voor Lampkin, terwijl Forsberg knap derde werd gevolgd door Valek en Carl Reidar Andersen uit Denemarken.

 

Johansson was tweede toen zijn motor begon te sputteren en hij eindigde als 22e. Zo won Zweden voor de Britten en Tsjechië. Vierde werd Duitsland met Betzelbacher en George Hauger. Opvallend bij de Duitsers een jonge rijder die later naam zou maken; Adolf Weil.

 

Tijdens de derde wedstrijd van het Juniorkampioenschap gehouden op de Gnagaredalenbanan in Vimmerby zagen we voor het eerst een rijder die enige tijd later al bij de wereldtop aansloot. Op een oude motor van Sten Lundin, won de 22 jarige Bengt Åberg de eerste heat en later op de dag het evenement.

 

.