Bill Nilsson stap over op Husqvarna en werd wereldkampioen in 1960

TEKST : JONAS Hagren.

 

Onverminderd werd er door de Zweedse cracks gewonnen in het WK gebeuren in 1960. Het ging heel goed voor de Scandinaviërs in 1960, want achter Nilsson nam Sten Lundin zilver mee naar huis, Rolf Tibblin brons en Gunnar Johansson werd vijfde in het WK 500cc.

 

Het jaar begon er mee dat Bill Nilsson Crescent verliet en ondertekend voor Husqvarna. De juiste inzet was zoek geraakt bij de ingenieurs van Nymansverken en het werd steeds moeilijker om de klus te klaren voor Nilsson eind 1959, dus toen het aanbod kwam van Husqvarna, was dat een kwestie van toeslaan aldus Bill Nilsson ooit.

 

Het was een bijzondere start van het seizoen voor de Sten Lundin en Bill Nilsson, met een grote wedstrijd in het Afrikaanse Belgisch Kongo op 31 januari. Daar had zich de absolute top van gerenommeerde rijders uit Europa zich verzameld.

 

Lundin won voor Bill Nilsson, Rene Baeten, Broer Dirks, de Fransman Jean Hazinais en de Britten John Draper en Don Rickman. Ondanks alle spuiten die de Zweden kregen werd Bill Nilsson ziek de dag na de race.

 

Op dinsdag was er een handicap wedstrijd, waarbij de laatste man van de zondag als eerste van start ging De Brit won deze stunt wedstrijd, terwijl Sten Lundin uitviel en Bill Nilsson ziek te bed lag.

 

 

Vlnr: Sten ”Storken” Lundin, Roine Lööf, Lennart Dahlén en Sivert Eriksson.

 

Voor het eerst sinds jaren reed men niet in St Anthoni. De eerste race voor Sten Lundin was in het Belgische Hoeselt waar hij op 20 maart de overwinning pakte. De volgende week reden Lundin en Nilsson in Koersel, waar Sten Lundin won voor Bill Nilsson en Gunnarsson vierde werd.

 

Op 3 april in Herentals kwam Bill Nilsson zijn eerste overwinning op Husqvarna tot stand. Hij won beide heats voor Lundin en Broer Dirks. In Namen was de uiteindelijke overwinning voor Smith die de Belg Hubert Scalliet versloeg. De Zweden konden hier geen potten breken. Dezelfde dag won Sten Lundin in het Frans Jonzac voor Derek Rickman en Lasse Gustavsson.

 

In de Belgische Paastrofee werd de eerste wedstrijd gehouden in March gewonnen door Bill Nilsson voordat Sten Lundin en Jeff Smith. De dag er na in Leuven won Nilsson weer voor Lundin en Smith, terwijl Gustavsson vijfde werd.

 

Rolf Tibblin won diverse races in Duitsland en Frankrijk in het voorjaar en was in goede vorm toen het WK begon in het Oostenrijkse Sittendorf op 24 april. Tibblin trapte af met de overwinning in zowel de heats als de finale en won voor Bill Nilsson en Rene Baeten, Lundin zat er goed bij als tweede, maar de motor gaf de geest.

 

Tibblin ging voort met winnen en pakte ook de zege in de Franse GP in Vesoul voor Lundin en Broer Dirks. Bill Nilsson viel uit met motorpech.

 

De derde wedstrijd was in Zweden op de Knutstorpsbanan nabij Hyllinge en in de eerste ronde viel Bill Nilsson aan de leiding liggend. Even daarna viel Tibblin er hard af in de omheining en liep daarbij een zware hersenschudding op. Sten Lundin won de eerste heat gevolgd door Gustavsson en Bill Nilsson.

 

In de tweede heat was Nilsson niet te pakken en won afgetekend voor Gustavsson en Lundin. Nilsson werd tot dagwinnaar uitgeroepen gevolgd door Gustavsson en Lundin. Ove Lundell was vierde voor de Brit John Burton en Baeten.

 

De 5 juni waren de Zweedse WK azen bij een Internationale wedstrijd in het Belgische Stekene. I de eerste heat was er een zwaar ongeval waarin betrokken was de Belg René Baeten die zo ernstig gewond was, dat hij op weg naar het ziekenhuis overleed. De wedstrijd werd gewonnen door Gunnar Johansson voor Bill Nilsson en Lasse Gustavsson.

 

De volgende World Cup wedstrijd werd gehouden in het Italiaanse Imola en daar genoten de Zweedse piloten weer volop van de overwinningen. Sten Lundin won voor Don Rickman, Bill Nilsson, Johansson, Leslie Archer en Scalliet .

 

In het West-Duitse Bielstein won de ooievaar (Lundin) opnieuw vóór Rickman en Johansson terwijl Bill moest uitvallen met een voetblessure en de ketting eraf liep bij Tibblin.

 

Bill Nilsson sloeg dan weer toe bij de Britse GP op Hawkstone Park met een dubbele overwinning, tweede was Rickman voor Johansson. Rolf Tibblin nam opnieuw World Cup punten mee door als zesde te eindigen. Lundin die nooit top reed in Hawkstone Park werd achtste. De volgende GP overwinning voor rekening van Nilsson kwam tot stand in Bergharen en hier kwam Tibblin binnen als tweede voor Lasse Gustavsson en Gunnar Johansson.

 

 

 

Gunnar Johansson

 

Op  7 augustus was dan de Grand Prix op de Citadel in Namen en hij draaide uit op een lange finale. Bill Nilsson trok vroeg de leiding aan zich en kreeg een flinke voorsprong. Hoewel Lundin drommels goed kon rondkomen op dit circuit moest hij 30 seconden achterstand toestaan. Na nog een minuut ging Johansson als derde over de meet en 20 seconden later Tibblin als vierde. Met deze resultaten bevestigd Bill Nilsson het WK goud.

 

De week na het WK eindigde in Ettelbruck , Luxemburg. Zowel de Husqvarna van Rolf Tibblin als die van Nilsson vielen stil, na later bleek omdat de tankontluchting verstopt was. Lundin won de wedstrijd voor Rickman, Ove Lundell en Lasse Gustavsson.

 

 

Motocross des Nations

 

Het was in het Franse Cassel, dat in 1960 de Motocross des Nations plaats vond. Er waren zeker 50 tot 60000 toeschouwers in de stortbui die volgde werd na de twee kwalificatie heats besloten door de organisator om geen finale te rijden, omdat er te weinig rijders punten hadden gescoord tijdens de kwalificaties .

 

Dat was vrij voorspelbaar vanwege alle regen op dit circuit met zijn enorme steile hellingen, waar nu bijna niemand meer omhoog kwam. Omdat de Britten bijna zeker drie man tijdens de kwalificaties binnen kregen werden ze uitgeroepen tot winnaar, Geen van de andere teams werden geteld. Zweden kwam daarmee heel slecht weg want Ove Lundell won overduidelijk de tweede kwalificatieheat. Het was een fiasco !!!

 

EK 250cc.

 

De Europese Kampioenschappen in de 250cc kende zijn première in het Zwitserse Payerne en de wedstrijd werd gedomineerd door de Zweden, maar er kwam geen Zweed op het podium !

 

Dat kwam omdat Torsten Hallman en Stig Rickardsson met grote voorsprong leiden in de eerste heat, waarna drie ronden van het einde Rickardsson met machine problemen uitviel en Hallman won. In de tweede manche hetzelfde laken en pak, maar nu viel Hallman uit. Dat betekende dat de Brit Dave Bickers won voor de Tsjech Jaromir Cizek en Arthur Lampkin. Beste Zweed was Rolf Stagman uit Huskvarna die vijfde werd voor Lennart Dahlen uit Uppsala.

 

In het Belgische Dison waren er geen EK punten voor de Zweden, Dahlen die als zevende eindigde zag de winst gaan naar Cizek voor Lampkin en Bickers. Vier was Jeff Smith die de 500 even links liet liggen.

 

In het Frans Pernes les Fontanies pakte Stig Rickardsson de overwinning nadat hij een eerste en een tweede plaats in de heats had. Bickers werd tweede voor Hallman, terwijl Dahlen als vijfde eindigde.

 

In het Tsjechische Sarka versloeg Miroslav Soucek iedereen en won voor Smith, Bickers Hallman en Dahlen. Met werd twee zevende plaatsen werd een debutant vijfde, het was Vlastimil Valek als die later jarenlang behoorde tot de elite in deze klasse.

 

Bickers won in het Pools Sabrze voor Soucek en Valek en de eerste Italiaanse overwinning werd in eigen land opgeëist door Emilio Osterero die in Avgiliana beide heats won, terwijl Hallman tweede werd voor Lanfranco Angelini, Smith en Rickardsson.

 

In het Oost-Duitse Altenwarch pakte Rickardsson zijn tweede GP overwinning door twee keer tweede te worden in de beide manches. Hallman volgde op de tweede plaats voor Dahlen, terwijl Sivert Eriksson zevende werd.

 

In Finland was de EK der naties op het circuit van Ruskeasanta en beide heats werden gewonnen door Lampkin. Dahlen was over het algemeen een seconde voor op Hallman.

 

Smith won zijn eerste 250 GP in Schifflange in Luxemburg, waar hij gevolgd werd door Bickers, Hallman en Dahlen. In het Britse shrubland Park, buiten Ipswich , won opnieuw Smith. Sivert Eriksson werd tweede en was over het algemeen een seconde sneller dan Valek en Rickardsson.

 

In het Zweeds Vännäsvägen 30 kilometer westelijk van Umeå was de Zweedse 250 GP en Bickers won met voorsprong op Smith. Rickardsson won de tweede manche en was derde overall voor Dahlen, Lampkin en Valek.

 

Met 40000 toeschouwers werden de EK Finale in het West-Duitse Leichligen (nabij Leverkussen) verreden en Dave Bickers won, dit keer voor Soucek en Dahlen. Daarmee stond vast dat Bickers Europees kampioen was geworden voor Soucek en Lampkin .

 

In het najaar waren er dan nog enkele leuke wedstrijd. De zogenaamde Saxtorpsfräsen in Landskrona ging door op 21 augustus en Lundin won voor Tibblin, Bill Nilsson, Lasse Gustavsson, Ove Lundell en Broer Dirks.

 

De 9 oktober reed men een benefietcross ter nagedachtenis van René Baeten en daar won Bill Nilsson de finale voor Sten Lundin en Broer Dirks. Er was ook nog een landenwedstrijd gewonnen door de Britten, maar Broer Dirks won voor Lundin en Nilsson.

 

De week er op was de internationale cross in Sint Anthonis en daar won Lundin voor Lasse Gustavsson en Broer Dirks. Ove Lundell was vijfde en Ove sloot het seizoen af met een mooie overwinning in Algiers.

 

 

Lennart Dahlen  >>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

 

Lennart Dahlen was afkomstig uit Uppsala en was de eerste grote Zweedse ster in de 250 cross. Hij reed 25 seizoenen (1951-1974) waarvan de laatste vier jaar speedway voor Rospiggarna.

 

"Ik heb later altijd spijt gehad dat ik niet eerder ben gaan rijden op een speedway motor" aldus Lennart. Het was echt leuk en ik voelde me er heel goed op thuis. zei Lennart. Maar het was dus motorcross en wel op een 250cc.

 

Eerst reed Dahlen als fabrieksrijder voor Maico en dan als fabrieksrijder voor Husqvarna. Lennart was nationaal kampioen in 1955 en 1956, en tweede in 1959 en 1960.

 

Als toprijder maakte hij ook deel uit van het winnende team bij de première van de Trophy des Nations in 1961.

 

Minder bekend zijn de goede uitslagen die Lennart bijeen reed in Zweden in de 500cc op Triumph, BSA. Matchless en Ariel.

 

In 1960 ontving hij van de Zweedse motorbond de hoogste onderscheiding die men daar kent: de Elitförarmärke